Bewijs en onderzoek
Is genderzorg voor jongeren wetenschappelijk goed onderbouwd?
De bewering
““Het argument dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor deze behandeling is pertinent onjuist. (…) Ongefundeerde verdachtmakingen dat de effecten van puberteitsremmers onvoldoende bekend zijn, bemoeilijken deze besluitvorming onnodig.””
Transvisie, persbericht ‘Ongefundeerde kritiek op zorg voor transgender jongeren’, 26 juni 2024 · bekijk de bron
Ons oordeel
MisleidendEr is veel onderzoek, maar systematische reviews en de Gezondheidsraad noemen de bewijskracht laag tot zeer laag. Effecten op cognitie, vruchtbaarheid en de lange termijn zijn onvoldoende onderzocht.

Wat wordt er beweerd
Op 26 juni 2024 publiceerde patiëntenorganisatie Transvisie het persbericht ‘Ongefundeerde kritiek op zorg voor transgender jongeren’. Daarin staat: “Er is ruim twintig jaar ervaring met puberteitsremmers en in die tijd is er veel onderzoek naar gedaan.” En even verder: “Het argument dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor deze behandeling is pertinent onjuist.” De organisatie spreekt bovendien van “ongefundeerde verdachtmakingen dat de effecten van puberteitsremmers onvoldoende bekend zijn” (bron).
De lezer houdt daar het beeld aan over dat de medische behandeling van minderjarigen met puberteitsremmers en hormonen wetenschappelijk stevig onderbouwd is, en dat twijfel daaraan geen basis heeft. Die indruk toetsen we hier aan de systematische reviews en aan het advies van de Gezondheidsraad.
Wat de bronnen zeggen
De systematische reviews
Een systematische review verzamelt al het beschikbare onderzoek over één vraag en beoordeelt de kwaliteit ervan. Verschillende groepen hebben dat voor deze behandelingen gedaan.
- Het Britse instituut NICE beoordeelde in oktober 2020 negen observationele studies naar puberteitsremmers. De resultaten voor genderdysforie, mentale gezondheid, lichaamsbeeld en psychosociaal functioneren kregen de beoordeling ‘zeer lage zekerheid’ en lieten weinig verandering zien tussen begin en vervolgmeting. Ook de gegevens over veiligheid hadden zeer lage zekerheid.
- Het Zweedse agentschap SBU publiceerde in februari 2022 een beoordeling van hormoonbehandeling bij kinderen en jongeren. De wetenschappelijke publicatie daarvan vond 24 relevante studies en geen enkel gerandomiseerd onderzoek. De langetermijneffecten op de psychosociale gezondheid konden niet worden beoordeeld; het bewijs is volgens de auteurs onvoldoende.
- De Universiteit van York beoordeelde voor de Cass Review 50 studies naar puberteitsremmers. Er was consistent bewijs dat de middelen de puberteit onderdrukken. Over het effect op genderdysforie, mentale en psychosociale gezondheid en cognitieve ontwikkeling zijn volgens de auteurs geen conclusies te trekken. De botdichtheid en de lengtegroei kunnen tijdens de behandeling achterblijven.
- Dezelfde groep beoordeelde 53 studies naar genderbevestigende hormonen. Bewijs van matige kwaliteit wijst erop dat de mentale gezondheid tijdens de behandeling kan verbeteren, maar volgens de auteurs is degelijk onderzoek nog nodig. Voor de andere uitkomsten zijn geen conclusies te trekken.
- Een groep onderzoekers, onder wie Gordon Guyatt, kwam in 2025 met de GRADE-methode tot ‘zeer lage zekerheid’ voor de effecten van puberteitsremmers op genderdysforie, algemeen functioneren, depressie en botdichtheid.
De Gezondheidsraad, 30 juni 2026
De Nederlandse Gezondheidsraad bracht op 30 juni 2026 het advies Transgenderzorg voor jongeren uit. De raad weegt het bewijs anders dan Engeland en Zweden, en dat hoort hier volledig bij. Volgens de commissie worden de beoogde lichamelijke effecten bereikt, zijn er ‘aanwijzingen voor enige verbetering in mentale uitkomsten’ en geven de beschikbare gegevens over ongewenste effecten ‘geen directe aanleiding tot zorg’. De raad ziet geen reden om te adviseren de zorg anders in te richten en weegt daarbij mee dat niets doen ook schadelijk kan zijn voor de mentale gezondheid.
Over de kwaliteit van het bewijs is de raad even duidelijk. De systematische reviews ‘zijn het erover eens dat de bewijskracht voor de gevonden effecten laag tot zeer laag is’. Het onderzoek bestaat alleen uit observationele studies, de meeste zonder goede controlegroep. De groepen zijn klein, de follow-up is kort en in studies met langere follow-up vallen veel deelnemers uit. De effecten op cognitie en vruchtbaarheid zijn ‘nog onvoldoende onderzocht’ en gegevens over de lange termijn ontbreken. De raad schrijft ook: ‘Een gebrek aan bewijs mag uiteraard geen vrijbrief zijn om compleet onbewezen behandelingen aan te bevelen.’
Daarmee staat de zin van Transvisie over ‘ongefundeerde verdachtmakingen’ haaks op wat de Gezondheidsraad twee jaar later vaststelde. Dat belangrijke effecten onvoldoende bekend zijn, is een bevinding van de raad zelf. De raad wil dat die onzekerheden uitdrukkelijk met jongeren en ouders worden besproken voordat zij toestemming geven.
Wat hierbij hoort
Transvisie heeft gelijk dat er onderzoek is. Er zijn tientallen studies, ook uit Nederland, en wie beweert dat er helemaal geen onderzoek bestaat, vergist zich. De vraag is wat dat onderzoek kan dragen, en daarover zijn de reviews en de Gezondheidsraad het eens: weinig zekerheid.
Het sterkste argument voor de huidige praktijk komt van de Gezondheidsraad. Lage bewijskracht betekent niet dat de literatuur waardeloos is. Evidence-based medicine combineert wetenschappelijk bewijs met klinische ervaring en de waarden van de patiënt. In de kindergeneeskunde is het bewijs vaak laag, omdat gerandomiseerd onderzoek bij kinderen moeilijk is; bij deze behandeling is blinderen bovendien onmogelijk. In Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Polen is de behandeling volgens de raad recent juist steviger in richtlijnen verankerd. In Engeland en Zweden zijn de middelen voor jongeren volgens hetzelfde advies alleen nog in onderzoeksverband beschikbaar.
De kritische bronnen hebben ook grenzen. ‘Zeer lage zekerheid’ betekent dat niet vaststaat wat de behandeling doet; het is geen bewijs dat zij niet werkt of schaadt. De York-reviews zochten tot april 2022, de review uit 2025 tot september 2023. De Gezondheidsraad wijst erop dat buitenlandse resultaten voor mentale uitkomsten niet zonder meer naar Nederland te vertalen zijn. En wat op de lange termijn gebeurt, heeft niemand gemeten: dat geldt voor mogelijke schade net zo goed als voor mogelijke baat. Zie ook de weerleggingen over het Dutch Protocol, over de studies in de Cass Review en over de WPATH-richtlijn.
Conclusie
Er is veel onderzoek gedaan, maar ‘veel onderzoek’ is iets anders dan ‘goed onderbouwd’. De systematische reviews vinden zeer lage zekerheid, onvoldoende bewijs of een gebrek aan onderzoek van hoge kwaliteit, de Gezondheidsraad noemt de bewijskracht laag tot zeer laag, en belangrijke effecten zijn onvoldoende onderzocht. Wie zorgen daarover een ongefundeerde verdachtmaking noemt, geeft ouders en jongeren een geruststellender beeld dan de wetenschap toelaat. De bewering is daarom misleidend: er bestaat onderzoek, maar het levert weinig zekerheid op.
Bronnen
- Gezondheidsraad (2026). Transgenderzorg voor jongeren. Advies nr. 2026/12, 30 juni 2026.
- NICE (2020). Evidence review: Gonadotrophin releasing hormone analogues for children and adolescents with gender dysphoria. Oktober 2020.
- SBU, Swedish Agency for Health Technology Assessment (2022). Hormone treatment of children and adolescents with gender dysphoria. Rapport nr. 342, 22 februari 2022.
- Ludvigsson JF, Adolfsson J, Höistad M, et al. (2023). A systematic review of hormone treatment for children with gender dysphoria and recommendations for research. Acta Paediatrica 112(11): 2279-2292.
- Taylor J, Mitchell A, Hall R, et al. (2024). Interventions to suppress puberty in adolescents experiencing gender dysphoria or incongruence: a systematic review. Archives of Disease in Childhood 109(Suppl 2): s33-s47.
- Taylor J, Mitchell A, Hall R, et al. (2024). Masculinising and feminising hormone interventions for adolescents experiencing gender dysphoria or incongruence: a systematic review. Archives of Disease in Childhood 109(Suppl 2): s48-s56.
- Miroshnychenko A, Roldan Y, Ibrahim S, et al. (2025). Puberty blockers for gender dysphoria in youth: a systematic review and meta-analysis. Archives of Disease in Childhood 110(6): 429-436.
Hoe we bronnen kiezen en wegen staat op Werkwijze.
Veelgestelde vragen
Meer over Bewijs en onderzoek

Bewijs en onderzoek
MisleidendIs de Nederlandse aanpak bewezen veilig en effectief?
Transgender Netwerk noemt het effect van de Nederlandse behandeling bekend en evident. De kernstudie telt 55 deelnemers zonder controlegroep; reviews spreken van lage bewijskracht.
Lees de weerlegging →
Bewijs en onderzoek
OnjuistNegeerde de Cass Review 98 procent van de studies?
Transgender Netwerk schrijft dat de Cass Review bijna al het onderzoek negeerde. In werkelijkheid telden 60 van de 103 beoordeelde studies mee in de conclusies.
Lees de weerlegging →
Bewijs en onderzoek
MisleidendIs de WPATH-richtlijn een zorgvuldige wetenschappelijke standaard?
De WPATH Standards of Care heten zorgvuldig tot stand gekomen. Onafhankelijke beoordeling, een snelle correctie en rechtbankstukken laten een ander beeld zien.
Lees de weerlegging →