Puberteitsremmers

Zijn puberteitsremmers volledig omkeerbaar?

Gepubliceerd 10 oktober 2026

De bewering

“Het gebruik van deze puberteitsremmers is omkeerbaar (reversible).”

Transvisie, pagina ‘Hormonen en puberteitsremmers’ voor jongeren, laatst bewerkt 19 december 2025 · bekijk de bron

Ons oordeel

Onvolledig

De puberteit komt na stoppen weer op gang, maar de botdichtheid daalt tijdens de behandeling, de vruchtbaarheid van trans meisjes kan verloren gaan en effecten op cognitie en lange termijn zijn onvoldoende onderzocht.

Een stethoscoop op een lichte ondergrond
Beeld: Tama998, publiek domein (CC0 1.0)

Wat wordt er beweerd

De organisatie Transvisie schrijft op haar pagina voor jongeren over hormonen en puberteitsremmers: ‘Het gebruik van deze puberteitsremmers is omkeerbaar (reversible).’ Verderop op dezelfde pagina zegt een jongere in een voorbeeldverhaal: ‘Puberteitsremmers zijn omkeerbaar. Als ik stop met de injecties, zal de puberteit weer beginnen.’ De pagina is volgens de eigen vermelding op 19 december 2025 voor het laatst bewerkt. Op 10 oktober 2026 stond er op die pagina niets over botten, vruchtbaarheid of bijwerkingen.

De bewering is ouder dan deze pagina. Volgens de Cass Review, het Britse onderzoek naar de genderzorg voor minderjarigen, benadrukken de meeste internationale richtlijnen volledige omkeerbaarheid als rechtvaardiging voor het gebruik van puberteitsremmers. De vraag is of ‘omkeerbaar’ zonder voorbehoud klopt met wat er gemeten is.

Wat de bronnen zeggen

Wat klopt: de puberteit komt weer op gang

Het directe effect van het middel houdt op als de behandeling stopt. De Gezondheidsraad schrijft in zijn advies Transgenderzorg voor jongeren van 30 juni 2026: ‘Wanneer wordt gestopt met GnRH-agonisten zal de biologische puberteit weer hervatten.’ Ook de systematische review van de Universiteit van York (Taylor en collega’s, 2024) vond consistent bewijs dat de middelen de puberteit onderdrukken. Dat deel van de bewering is juist.

De klinieken zelf formuleren voorzichtiger

Het Radboudumc schrijft in zijn patiënteninformatie voor transmeisjes niet ‘omkeerbaar’ maar: ‘Het effect van deze behandeling is grotendeels omkeerbaar.’ Dezelfde pagina noemt een afname van de botdichtheid als bijwerking en zegt: ‘De effecten en mogelijke risico’s op lange termijn zijn nog niet uitgebreid onderzocht in deze groep.’ Het Amsterdam UMC schreef in een nieuwsbericht van 1 november 2021: ‘De puberteitsremming met medicatie is omkeerbaar. Echter, naast de gewenste onderdrukking van de puberteit, hebben deze middelen ook nadelige gevolgen voor bijvoorbeeld botopbouw, groei en vruchtbaarheid.’

De Britse gezondheidsdienst paste zijn tekst aan

De Britse NHS schreef op zijn publiekspagina over de behandeling van genderdysforie, in de versie die op 17 april 2020 is gearchiveerd, dat de effecten van behandeling met GnRH-analogen ‘als volledig omkeerbaar worden beschouwd’ (vertaald uit het Engels). In de versie die op 26 juni 2020 is gearchiveerd staat iets anders (vertaald uit het Engels): ‘Er is weinig bekend over de langetermijnbijwerkingen van hormoon- of puberteitsremmers bij kinderen met genderdysforie.’ En: ‘Hoewel de Gender Identity Development Service (GIDS) adviseert dat dit een lichamelijk omkeerbare behandeling is als ermee wordt gestopt, is niet bekend wat de psychologische effecten kunnen zijn.’ De pagina voegt toe dat ook niet bekend is of de middelen de ontwikkeling van het tienerbrein of de botten van kinderen beïnvloeden.

Botten, vruchtbaarheid en cognitie

De review van Taylor en collega’s omvatte 50 studies: één van hoge kwaliteit, 25 van matige en 24 van lage kwaliteit. Meerdere studies rapporteerden een daling van de botdichtheid tijdens de behandeling. Over cognitieve ontwikkeling en vruchtbaarheid was het bewijs beperkt of inconsistent; over cognitieve ontwikkeling konden de auteurs geen conclusies trekken. De Cass Review (april 2024) schrijft dat veel langere follow-up nodig is om vast te stellen of de botgezondheid op volwassen leeftijd volledig herstelt, zowel bij wie doorgaat met hormonen als bij wie dat niet doet.

De Gezondheidsraad komt in 2026 tot vergelijkbare bevindingen:

  • Botten: de botmineraaldichtheid neemt tijdens de behandeling af. Herstel treedt op na de start van geslachtshormonen, ‘maar lijkt bij trans meisjes niet altijd volledig’. De langetermijneffecten op het risico op osteoporose en botbreuken noemt de raad onzeker.
  • Vruchtbaarheid: bij trans meisjes leidt behandeling in de vroege puberteit ‘in principe tot onvruchtbaarheid, tenzij zij bereid zijn langdurig te stoppen’ met de remmers. In recente studies onder een zeer klein aantal trans meisjes lukte het bij de meerderheid ook na meer dan anderhalf jaar stoppen niet om zaadcellen in te vriezen.
  • Cognitie: er zijn slechts enkele kleine studies. Voor IQ en executief functioneren zijn de resultaten tegenstrijdig: ofwel geen effect, ofwel een klein negatief effect. Of dat gevolgen heeft voor het dagelijks functioneren is volgens de raad onbekend.

Wie stopt er in de praktijk?

Omkeerbaarheid is alleen van belang voor wie stopt. Volgens de Gezondheidsraad gaat meer dan 90 procent van de jongeren na de remmers door met geslachtshormonen. Juist over de kleine groep die stopt is het minst bekend: wat de gevolgen voor hun botgezondheid zijn, noemt de raad ‘nog onduidelijk’, en de gevolgen voor hun lengte ‘niet duidelijk’. Wat dit hoge percentage zegt over het argument van de bedenktijd, staat in de weerlegging Geven puberteitsremmers tijd om na te denken?.

Wat hierbij hoort

Het sterkste argument voor de bewering is dat het middel zelf uitwerkt en de eigen puberteit daarna weer doorgaat. Dat is niet omstreden. De Gezondheidsraad wijst er bovendien op dat studies bij kinderen die de middelen krijgen vanwege een te vroege puberteit geen nadelig effect op de vruchtbaarheid laten zien. De raad vindt dat de beschikbare gegevens over niet-beoogde effecten ‘geen directe aanleiding tot zorg’ geven, adviseert niet om de zorg anders in te richten en weegt mee dat niets doen ook schadelijk kan zijn voor de mentale gezondheid. De Cass Review plaatst een kanttekening bij de vergelijking met te vroege puberteit: daar worden hormonen geremd die voor de leeftijd abnormaal hoog zijn, hier de normale stijging in de tienerjaren.

Ook het tegenbewijs heeft grenzen. Het beschikbare onderzoek bestaat volgens de Gezondheidsraad enkel uit observationele studies, waarvan de meeste zonder (adequate) controlegroep. De Gezondheidsraad noemt aanwijzingen dat de botdichtheid bij deze groep ook los van de behandeling afneemt, mogelijk door leefstijl. Blijvende schade aan botten of cognitie is niet aangetoond; ze is ook niet uitgesloten, omdat langetermijnonderzoek ontbreekt. Wat niet gemeten is, kan niet als veilig en ook niet als schadelijk worden gepresenteerd. Meer over de kwaliteit van het onderliggende onderzoek staat in Is het Dutch Protocol bewezen veilig?.

Conclusie

De bewering is onvolledig. Juist is dat de puberteit weer op gang komt als een jongere met de remmers stopt. Maar ‘omkeerbaar’ zonder voorbehoud zegt meer dan de bronnen dragen. Tijdens de behandeling daalt de botdichtheid en het herstel lijkt niet altijd volledig. Bij trans meisjes die vroeg beginnen staat de vruchtbaarheid op het spel. Effecten op cognitie en op de lange termijn zijn onvoldoende onderzocht. Het Radboudumc schrijft daarom ‘grotendeels omkeerbaar’ en de NHS haalde ‘volledig omkeerbaar’ in 2020 van zijn pagina. Een voorlichtingspagina voor jongeren die alleen ‘omkeerbaar’ zegt, laat weg wat de Gezondheidsraad juist in het gesprek over toestemming besproken wil zien.

Bronnen

  1. Gezondheidsraad (2026). Transgenderzorg voor jongeren. Advies nr. 2026/12, 30 juni 2026.
  2. Taylor, J. e.a. (2024). Interventions to suppress puberty in adolescents experiencing gender dysphoria or incongruence: a systematic review. Archives of Disease in Childhood.
  3. Cass, H. (2024). Independent review of gender identity services for children and young people: Final report.
  4. Radboudumc (z.j.). Wat zijn puberteitsremmers voor transmeisjes? Patiënteninformatie, geraadpleegd 10 oktober 2026.
  5. Amsterdam UMC (2021). Transgenderjongeren kunnen goed zelf beslissen. Nieuwsbericht, 1 november 2021.
  6. NHS (2020). Gender dysphoria: Treatment. Versie gearchiveerd op 17 april 2020.
  7. NHS (2020). Gender dysphoria: Treatment. Versie gearchiveerd op 26 juni 2020.

Hoe we bronnen kiezen en wegen staat op Werkwijze.

Veelgestelde vragen

Meer over Puberteitsremmers